1. De serve
Onderhands slaan, met de bal onder je heup. Je staat achter de achterlijn en slaat diagonaal in het vak aan de overkant. De bal moet voorbij de keuken landen.
Spelregels
Vijf regels en je kan spelen. Hieronder staan ze in gewone taal, met de fouten die beginners het vaakst maken.
Onderhands slaan, met de bal onder je heup. Je staat achter de achterlijn en slaat diagonaal in het vak aan de overkant. De bal moet voorbij de keuken landen.
Na de serve moet de bal één keer stuiteren, en ook bij de return. Daarna mag je de bal uit de lucht slaan. Zo krijgt elk punt een rustige start.
In de zone van 2,13 meter langs het net mag je de bal niet uit de lucht slaat. Stuitert de bal daar eerst, dan mag je er wel in stappen.
Je speelt tot 11 punten met twee punten verschil. Alleen het serverende team kan een punt maken. Bij dubbel serveren beide spelers, behalve in de eerste ronde van de wedstrijd.
De lijn is in, behalve de servelijn van de keuken: raakt je serve die lijn, dan is hij fout.