De basis
Een game gaat meestal tot 11 punten, en je moet met twee punten verschil winnen. Bij de gewone telling kan alleen de partij die serveert een punt maken. Wint de ontvangende partij de rally, dan krijgt die de serve, maar geen punt.
Kennisbank · Spelregels
De telling is het enige aan pickleball dat in het begin verwarrend is. Met deze uitleg heb je het na een paar games door.
Een game gaat meestal tot 11 punten, en je moet met twee punten verschil winnen. Bij de gewone telling kan alleen de partij die serveert een punt maken. Wint de ontvangende partij de rally, dan krijgt die de serve, maar geen punt.
Voor elke serve roept de serveerder drie getallen, in deze volgorde:
Het team dat de wedstrijd begint, krijgt maar één serveerder in die eerste beurt. Daarom begin je bij 0-0-2: je doet alsof de eerste serveerder al geweest is. Verliest dat team de rally, dan gaat de serve meteen naar de tegenstander.
Na elk punt dat jullie winnen, wisselt de serveerder van kant met zijn partner en serveert opnieuw. Een handige controle bij het enkel: heb je een even score, dan serveer je van rechts. Oneven, dan van links.
Bij het enkel roep je alleen je eigen score en die van de tegenstander, bijvoorbeeld 5-3. Er is maar één serveerder, dus het derde getal valt weg.
Meestal tot 11 punten met twee punten verschil. Op toernooien speelt men soms tot 15 of 21.
Bij de gewone telling niet. Alleen de serverende partij kan een punt maken.